Halogeenvrije kabels zijn een vereiste standaard in een groot aantal industriële en infrastructurele toepassingen. In de loop van de tijd zijn er verschillende benamingen voor deze kabels ontstaan, zoals FRNC, HFFR, LS0H of LSZH. Maar hoe betekenisvol zijn deze afkortingen? En wat zijn de voordelen van halogeenvrije kabels vergeleken met producten die halogenen bevatten? Mariëtte Govers – Smeets van HELU Nederland legt het uit.
Halogenen (zoutvormers) omvatten chloor (Cl), broom (Br), fluor (F) en jodium (I). “Bij de productie van kabels worden deze elementen gebruikt om isolatie- en mantelmaterialen vlamvertragend te maken”, aldus Govers – Smeets. “Hierbij spelen chloor (in PVC), fluor (in FEP, PTFE en ETFE) en broom een belangrijke rol.” Het nadeel is dat halogenen bij brand agressief reageren en zelfs giftige dampen uitstoten. “Ze produceren halogeniden die, wanneer ze in contact komen met vocht, zuren vormen die zuurbrandwonden in de luchtwegen kunnen veroorzaken.” Daarnaast kunnen deze zuren metalen aantasten en schade veroorzaken aan machines en betonconstructies.
De vlamvertragendheid van kabels en draden is cruciaal voor een goede brandpreventie. “Ook zijn er toepassingen die expliciet halogeenvrije kabels en draden vereisen, die dus vrij zijn van chloor, broom, fluor en jodium. Als deze kabels in brand vliegen, produceren ze veel minder zuur en rook. Bovendien zijn ze minder giftig, wat de gevolgschade voor mensen, gebouwen en machines aanzienlijk vermindert. Echter, ook halogeenvrije kabels stoten nog steeds giftige gassen zoals koolmonoxide uit wanneer ze in brand staan.”
Halogeenvrije kabels en draden zijn bijvoorbeeld vereist in gebouwen waar mensen samenkomen en waar materiële goederen beschermd moeten worden:
• Gebouwentechnologie: in openbare gebouwen zoals kantoren, winkelcentra, scholen, ziekenhuizen en luchthavens gelden strikte brand- en gezondheidsvoorschriften. De meeste kabels en draden in deze gebouwen zijn vast geïnstalleerd en hoeven niet aan speciale chemische of mechanische eisen te voldoen. Hier worden vaak op PE- of PP-gebaseerde kunststofmengsels gebruikt, die halogeenvrij en vlamvertragend zijn, weinig rook of giftig gas produceren en vaak ook moeten slagen voor bundelverbrandingstests. • Industriële automatisering: machines en installaties vereisen vaak kabels en draden met hoge chemische en mechanische weerstanden. Bij gebruik in flexibele toepassingen zoals in kabelrupsen of robotica zijn deze belastingen bijzonder hoog. Typisch worden hier mantelmaterialen op basis van TPE-O of TPE-U (PUR of Santopreen) gebruikt. Deze zijn ook verkrijgbaar in halogeenvrije uitvoeringen, maar doorgaans minder vlamvertragend en rookarm dan de kabels voor gebouwentechniek.
In de loop der jaren hebben verschillende fabrikanten, markten, regio’s en normen labels ontwikkeld voor halogeenvrije en vlamvertragende kabels, zoals FRNC (Flame Retardant Non Corrosive), HFFR (Halogen Free Flame Retardant), LS0H/LSOH (Low Smoke 0Halogen) en LSZH (Low Smoke Zero Halogen). “Geen van deze labels geeft echter concrete informatie over vlamvertragendheid, corrosiviteit, toxiciteit en lichtverzwakking. Gebruikers moeten daarom goed letten op de normen die vermeld staan in de databladen van elke leverancier.”
• DIN EN 60754-1 VDE 0482-754-1:2021-02 definieert de testmachines en testprocedures die nodig zijn om de totale zuurheid te identificeren. Het testresultaat moet onder de 5 mg/g uitkomen om gecertificeerd te worden als halogeenvrij.
• DIN EN 60754-2 VDE 0482-754-2:2021-02 definieert de meting van de pH-waarde en geleidbaarheid. De pH-waarde moet lager zijn dan 4,3 en de geleidbaarheid moet onder de 10 µS/mm liggen om als halogeenvrij gecertificeerd te worden.
• DIN EN 61034-2 VDE 0482-1034-2:2021-02 definieert de meting van de rookgasdichtheid van brandende kabels. Het testresultaat moet een lichtverzwakking van maximaal 40% tonen om als laag-rook te worden beschouwd. Afhankelijk van de toepassing, klant en regio kunnen strengere eisen aan de lichtverzwakking worden gesteld. Het doel is dat mensen de brandbron en mogelijke vluchtwegen nog steeds kunnen herkennen.
Halogeenvrije kabels bieden belangrijke veiligheidsvoordelen, omdat bij brand minder giftig gas en rook vrijkomen. Tegelijk moeten zij voldoen aan strenge normen voor vlamvertraging, aldus Govers – Smeets. “Het is niet voldoende om hierbij te vertrouwen op labels zoals FRNC, HFFR, LS0H of LSZH. Alleen normen in databladen tonen of een kabel laag, gemiddeld of hoog vlamvertragend of rookarm is en/of getest is op lichtverzwakking.” Als expert op het gebied van elektrische verbindingstechnologie met meer dan 45 jaar ervaring, helpt HELU graag bij het identificeren van de meest geschikte kabels en draden voor elke toepassing. In het eigen testlaboratorium in Duitsland worden alle kabels en draden bovendien grondig getest, zodat aan alle vereiste veiligheidsnormen wordt voldaan.
