De eerste warmtepomp die bestaande woningen niet dwingt tot ingrijpende aanpassingen
De energietransitie in de gebouwde omgeving dreigt vast te lopen op één hardnekkig probleem: bestaande woningen. Waar nieuwbouw relatief eenvoudig te verduurzamen is, blijkt de renovatiemarkt technisch complex, kostbaar en vaak ingrijpend voor bewoners. Volgens Michiel Hartman, oprichter van Blue Heart Energy, ligt de oplossing in een fundamenteel andere benadering van warmtepomptechnologie.
“In de praktijk zien we dat de huidige warmtepompen technisch goed zijn, maar niet altijd passen bij de bestaande bouw”, stelt hij. “De uitdaging zit niet zozeer in de installatie zelf, maar in de randvoorwaarden: isolatie, afgiftesystemen en leidingwerk.”
De huidige generatie warmtepompen is grotendeels gebaseerd op dampcompressietechnologie (vapor compression). Deze systemen functioneren optimaal bij lage temperatuurafgifte en goed geïsoleerde woningen. Dit zijn vanzelfsprekend kenmerken die vooral in nieuwbouw aanwezig zijn. In oudere woningen leidt dit tot aanvullende investeringen, zoals gevelisolatie, vloerverwarming en vervanging van radiatoren. Daarmee verschuift de kostenstructuur: niet de warmtepomp zelf, maar gebouwgebonden ingrepen bepalen de business-case. Tegelijkertijd vormt de benodigde verbouwing een drempel voor bewoners en verhuurders. Zeker in situaties met zittende huurders of complexe besluitvorming binnen VvE’s.

Blue Heart Energy ontwikkelt een warmtepomp die niet werkt met een koudemiddelcyclus, maar met thermoakoestiek. In dit systeem worden geluidsgolven gebruikt om een inert gas (helium) periodiek te comprimeren en expanderen, waardoor temperatuurverschillen ontstaan. “Een geluidsgolf gedraagt zich fysisch als een drukgolf. Door gecontroleerde compressie stijgt de temperatuur, vergelijkbaar met wat je voelt bij een fietspomp”, legt Hartman uit. Aan de warme zijde van het systeem wordt deze energie via een warmtewisselaar overgedragen aan het cv-water, terwijl aan de koude zijde warmte onttrokken kan worden of zelfs actieve koeling kan plaatsvinden. Het systeem werkt met lineaire motoren die een vaste frequentie genereren (circa 60 Hz), wat de regeling vereenvoudigt en geluidsemissies beperkt.
Een belangrijk technisch verschil met conventionele systemen is het ontbreken van koudemiddelen. Dat maakt de technologie toekomstbestendig in het licht van de aangescherpte F-gassenregelgeving, die op 1 januari 2027 in werking treedt. Bovendien elimineert het de noodzaak voor specifieke installateurscertificering.
Voor de installatiesector kan dit een significante verandering betekenen. Waar dampcompressiesystemen sterk afhankelijk zijn van correcte dimensionering en parametrisering, heeft het thermo-akoestische systeem een vlakker werkingsgebied. “Een traditionele warmtepomp is geoptimaliseerd rond één werkpunt. Ons systeem blijft over een breed bereik efficiënt functioneren”, aldus Hartman. Dat vertaalt zich in minder inregelwerk, minder foutgevoeligheid en een installatieproces dat dichter bij plug-and-play ligt. In een markt met structurele tekorten aan gekwalificeerd personeel is dat geen detail, maar een potentiële gamechanger.
De technologie is inmiddels getest in een pilotproject met een woningcorporatie in Eindhoven. In een jaren 50-woning werd een prototype geplaatst zonder aanvullende bouwkundige maatregelen. “Vanaf dag één functioneerde het systeem: verwarming en tapwaterproductie zonder aanpassingen aan de woning”, zegt Hartman. Hoewel het om een bètaversie ging met nog niet geoptimaliseerde efficiëntie, onderstreept de proef vooral de systeemintegratie: hoge aanvoertemperaturen (tot circa 80°C) maken gebruik van bestaande radiatoren en leidingnetten mogelijk.

De economische impact zit volgens Hartman vooral in het vermijden van secundaire investeringen. “We zien dat de totale kosten voor woningeigenaren met gemiddeld 17.000 tot 35.000 euro kunnen dalen, doordat ingrepen aan de woning beperkt blijven”, stelt hij. Dat verandert de rekensom fundamenteel. Zeker in renovatieprojecten, waar de keuze vaak ligt tussen ingrijpende verduurzaming of sloop en nieuwbouw.
De eerste commerciële toepassingen worden voorzien vanaf 2027, in samenwerking met warmtepompfabrikanten. Tot die tijd ligt de nadruk op validatie, opschaling en certificering binnen Europese kaders. De ambitie is duidelijk: een aanvullende technologie die juist daar inzetbaar is waar bestaande oplossingen tekortschieten. “De echte doorbraak in de energietransitie zit in bestaande woningen. Daar moeten we het verschil maken”, concludeert Hartman.