Tijdens de grondige renovatie van de Centrale Sterilisatie Afdeling (CSA) van het Diakonessenhuis in Utrecht realiseerde Bouwcombinatie MedicomZes | Hanab Installation Technology een duurzame, veilige en toekomstbestendige zorgomgeving. In nauwe samenwerking met het ziekenhuis, adviseurs en gespecialiseerde onderaannemers is een afdeling opgeleverd waarin hygiëne, logistiek, techniek en patiëntveiligheid samenkomen. De geheel vernieuwde CSA is op maandag 8 juni 2026 opgeleverd, circa twee weken eerder dan oorspronkelijk gepland.
Het Diakonessenhuis is een algemeen ziekenhuis met locaties in Utrecht, Zeist en Doorn. Binnen de Utrechtse locatie vervult de CSA een cruciale functie in het borgen van infectiepreventie en instrumentveiligheid. Hier worden medische instrumenten na gebruik gereinigd, gedesinfecteerd, gecontroleerd, verpakt en opnieuw gesteriliseerd, zodat zorgverleners kunnen beschikken over een betrouwbaar en veilig instrumentarium. De vernieuwde afdeling ondersteunt dit proces met een logische routing, duidelijke zones en installaties die zijn afgestemd op de hoge eisen van een gecontroleerde ziekenhuisomgeving.

Voordat met de heropbouw kon worden gestart, werd de bestaande CSA volledig gestript, zowel bouwkundig als installatietechnisch. De demontagewerkzaamheden, uitgevoerd door bouwkundig aannemer MedicomZes, vormden het startpunt van een complex project in het hart van een operationeel ziekenhuis. “Direct naast het projectgebied bevindt zich het OK-complex, onder de afdeling liggen vergaderruimten en in de directe omgeving blijven ambulances, leveranciers, bezoekers en medewerkers continu in beweging”, vertelt projectmanager Luuk Lagendijk namens penvoerder Hanab Installation Technology. “Dat vraagt om een strakke afstemming, heldere werkafspraken en een uitvoeringsorganisatie die gewend is aan bouwen in een zorgomgeving.” Door onder meer stofbeheersing, afgestemde boor- en werktijden, gefaseerde logistiek en werkzaamheden in de avond, nacht en weekenden kon de hinder voor patiënten, personeel en bezoekers tot een minimum worden beperkt. De zorgcontinuïteit bleef daarbij steeds leidend.

Hanab Installation Technology was binnen de bouwcombinatie verantwoordelijk voor de elektrotechnische en werktuigbouwkundige installaties. Op het E-front ging het onder meer om centrale elektrotechnische voorzieningen, kracht- en lichtinstallaties, communicatievoorzieningen en beveiligingsinstallaties, zoals toegangscontrole, brandmelding en ontruiming. Op W-gebied realiseerde Hanab onder andere sanitaire voorzieningen, installaties voor gedemineraliseerd water, bedrijfswater en tapwater. Daarnaast zijn de cv-installatie, gekoeldwaterinstallaties en meet- en regeltechnische installaties vernieuwd en uitgebreid. Verder is een bestaande luchtbehandelingskast gemoderniseerd en verduurzaamd en zijn nieuwe luchtbehandelingsvoorzieningen geplaatst die zijn afgestemd op de functionele indeling van de afdeling.
“In een CSA is luchtkwaliteit niet alleen een comfortaspect, maar een directe randvoorwaarde voor hygiëne en procesveiligheid. De installatie ondersteunt de scheiding tussen vuile, schone en steriele zones en draagt bij aan het beheersen van luchtstromen, temperatuur, ventilatie en drukverhoudingen”, aldus Lagendijk, die aangeeft dat de bouwkundige en installatietechnische disciplines nauw op elkaar moesten worden afgestemd. “Juist in een CSA, waar procesapparatuur en gebouwinstallaties direct samenhangen met de dagelijkse zorglogistiek, is die integrale afstemming bepalend voor de uiteindelijke kwaliteit van de afdeling.”

De succesvolle oplevering is mede te danken aan de intensieve samenwerking tussen het Diakonessenhuis, Bouwdirectie, Bouwcombinatie
MedicomZes | Hanab Installation Technology, adviseurs, leveranciers en onderaannemers. “Dankzij korte communicatielijnen, dagelijkse afstemming en een gezamenlijke focus op veiligheid, kwaliteit en planning konden knelpunten tijdig worden getackeld. Er is niet alleen een technisch hoogwaardige afdeling gerealiseerd, maar ook een project waarbinnen de continuïteit van het ziekenhuisproces centraal bleef staan”, besluit Lagendijk.