Wie VSK+E bezocht, de tweejaarlijkse vakbeurs voor installatie- en elektrotechniek in de Utrechtse Jaarbeurs, zag een sector in transitie. Niet alleen technisch, maar ook inhoudelijk. De klassieke scheidslijn tussen elektrotechniek en werktuigbouw vervaagt verder, data en monitoring worden steeds bepalender en tegelijk blijft de dagelijkse praktijk van de installateur het ijkpunt. Tijdens een ronde langs tien stands – van warmtepompen en ventilatie tot gebouwautomatisering, installatiemateriaal en utilitair sanitair – werd duidelijk waar de sector staat en waar zij naartoe beweegt.

Een van de sterkste rode draden op de beurs was integratie. Systemen staan niet meer op zichzelf, maar moeten met elkaar kunnen communiceren. Dat verhaal werd scherp neergezet bij WAGO. Waar het bedrijf jarenlang vooral bekendstond om haar veerklemmen, ligt de nadruk nu op interoperabiliteit en systeemintegratie. “Installaties bestaan zelden uit één merk of één protocol”, luidt de boodschap. Juist daarom is het vermogen om data uit te wisselen en verschillende systemen te koppelen cruciaal. Opvallend is dat WAGO die boodschap kracht bijzette door ook oplossingen van andere fabrikanten te tonen. Niet het product, maar het functioneren van het totale systeem stond centraal.

Dat prestaties niet alleen afhangen van hardware, maar ook van onzichtbare factoren, werd duidelijk bij Fernox. De opkomst van (hybride) warmtepompen maakt waterkwaliteit belangrijker dan ooit. Hogere volumestromen en gevoeligere componenten vergroten de impact van vervuiling in installaties. Fernox liet zien dat waterbehandeling geen sluitpost meer is, maar een randvoorwaarde voor rendement, betrouwbaarheid en levensduur. Het besef dat goed waterbeheer storingen voorkomt en prestaties borgt, lijkt definitief door te dringen in de markt.
Bij Alklima, distributeur van Mitsubishi Electric, kwamen meerdere trends samen. De overstap naar het natuurlijke koudemiddel R290 is zichtbaar in het portfolio en wordt direct gekoppeld aan monitoring op afstand. Data speelt een steeds grotere rol in service, onderhoud en energie-optimalisatie. Tegelijk blijft vakmanschap cruciaal. Daarom zet Alklima nadrukkelijk in op opleiding en training, onder meer via digitale leeromgevingen. Nieuwe techniek vraagt niet alleen om andere producten, maar ook om andere kennis en vaardigheden.

Ventilatie stond op VSK+E nadrukkelijk in de schijnwerpers, onder meer bij DUCO. Vraaggestuurde systemen, sensoren en slimme regelingen moeten bijdragen aan een gezond binnenklimaat met minimale energie-inzet. Tegelijk benoemde DUCO de weerbarstige realiteit van renovatieprojecten. Beperkte ruimte, bestaande bouw en gebruikerscomfort maken ventilatie tot een puzzel. De oplossingen die op de stand werden getoond, lieten zien dat hoge ambities alleen werken als ze praktisch uitvoerbaar zijn voor installateurs.
Ook Belimo benadrukte meetbaarheid. Met de zogeheten Future Experience maakt het bedrijf inzichtelijk wat een slecht of juist goed binnenklimaat betekent, onder meer via CO2-beleving. Binnenklimaat is geen abstract begrip meer, maar iets dat gemeten, gestuurd en aantoonbaar verbeterd kan worden. Daarbij ligt de focus niet alleen op nieuwbouw, maar juist ook op het upgraden van bestaande installaties zonder ingrijpende bouwkundige aanpassingen.

Waar sommige stands vooral systeemdenken benadrukten, draaide het bij Linum Europe om directe praktijkwinst. Het bedrijf presenteerde hulpmiddelen en accessoires voor de montage van airco’s en warmtepompen. Oplossingen die op papier klein lijken, maar op het dak of in de meterkast veel tijd, ergernis en faalkosten besparen.
Juist dit type ‘randproducten’ blijkt in de dagelijkse praktijk vaak doorslaggevend voor kwaliteit en werkplezier.
Ook bij Klemko stond de praktijk centraal. Met oplossingen voor luchtverdeling, slangen en geluiddemping richt het bedrijf zich nadrukkelijk op comfort en installatiezekerheid, vooral in renovatie en utiliteit. Geluid blijkt daarbij een steeds belangrijker aandachtspunt. Niet alleen voor eindgebruikers, maar ook voor installateurs die verantwoordelijk worden gehouden voor het eindresultaat.
WOLF liet zien hoe verwarming, ventilatie en regeling steeds meer als één samenhangend geheel worden benaderd. Niet een losse warmtepomp of unit, maar het totaalconcept staat centraal. Daarmee sloot het bedrijf aan bij een bredere beweging op de beurs: de vraag naar oplossingen die in samenhang zijn ontworpen en eenvoudiger zijn in te regelen en te beheren.
In het geweld van energietransitie en elektrificatie herinnerde DELABIE de bezoeker eraan dat duurzaamheid ook over water, hygiëne en beheerlast gaat. In utilitaire en semipublieke gebouwen zijn betrouwbaarheid, vandalismebestendigheid en waterbesparing minstens zo belangrijk als energieprestatie. Het laat zien hoe breed het duurzaamheidsbegrip in de installatiesector inmiddels is geworden.
Tot slot presenteerde Klimaatgroep Holland decentrale klimaatsystemen met water als energiedrager, onder meer voor scholen, kantoren en zorginstellingen. Door per ruimte te regelen en te monitoren, sluiten deze oplossingen aan bij de groeiende behoefte aan flexibiliteit, comfort en beheersbaarheid – zeker in bestaande gebouwen.
Wie deze tien stands naast elkaar zet, ziet drie duidelijke trends. Ten eerste verschuift de focus van losse producten naar geïntegreerde systemen waarin elektrotechniek en werktuigbouw samenkomen. Ten tweede worden prestaties steeds meetbaarder, of het nu gaat om waterkwaliteit, binnenklimaat of energieverbruik. En ten derde staat de dagelijkse praktijk van de installateur centraal: montagegemak, geluid, training en renovatiegeschiktheid bepalen of innovaties daadwerkelijk worden toegepast.