Er is iets wat ik echt niet begrijp. De installatiebranche roept namelijk al jaren dat er een tekort is aan goede vakmensen. Bedrijven zoeken monteurs, technici en specialisten. Vacatures blijven openstaan. Ervaren mensen vertrekken. De vergrijzing doet de rest. Allemaal waar. Maar tegelijkertijd zijn er jongeren die bewust voor techniek kiezen en vervolgens geen geschikte stage- of leerwerkplek kunnen vinden.
Techniek Nederland deed op 4 februari van dit jaar in Brabant een expliciete oproep aan installatiebedrijven om zich als leerwerkplek aan te melden. Onderwijsinstellingen Yonder en Summa constateerden daar dat het tekort aan leerwerk-, stage- en BBL-plekken inmiddels structureel is. Sorry, maar dan klopt er iets niet. Het bedrijfsleven kan niet aan de ene kant roepen dat men dringend mensen nodig heeft en aan de andere kant gewoon de deur dichthouden voor de mensen die het vak nog moeten leren.
Natuurlijk begrijp ik de bezwaren van ondernemers. Een leerling kost tijd. Iemand moet hem begeleiden. Hij is niet vanaf dag één volledig productief. En als iedereen al tot over zijn oren in het werk zit, is het heel verleidelijk om te zeggen: nu even niet. Maar juist dat ‘nu even niet’ komt ons later duur te staan. Want waar denken we eigenlijk dat de vakman van 2031 vandaan komt? Juist ja: die wordt vandaag opgeleid.
De vraag naar vakmensen verdwijnt voorlopig niet. UWV noemt energie- en installatietechniek ook in 2026 nog expliciet als sector met kansrijke beroepen. Voor onder meer loodgieters, installateurs, monteurs en andere technische functies is de arbeidsmarkt krap tot zeer krap. We kunnen dus aan de ene kant nóg meer campagnes bedenken om jongeren enthousiast te maken voor techniek. Scholen kunnen nóg meer opleidingen aanbieden. Brancheorganisaties kunnen nóg harder vertellen hoe prachtig het vak is. De overheid kan subsidies beschikbaar stellen. Maar uiteindelijk moet ergens gewoon een deur opengaan: de deur van een installatiebedrijf.
De oplossing? We moeten ‘opleiden’ niet langer willen zien als een vervelende extra taak voor als er toevallig ruimte in de planning zit. Het hoort gewoon bij goed ondernemerschap. Een bedrijf dat over vijf jaar voldoende vakmensen wil hebben, moet daar vandaag in investeren. Natuurlijk ligt er ook een taak voor overheid, onderwijs en brancheorganisaties. Maak begeleiding eenvoudiger. Beperk onnodige bureaucratie. Help vooral kleinere bedrijven die wel willen opleiden, maar niet altijd de capaciteit hebben. Maar laten we vanuit het vakgebied zelf ook niet voortdurend naar een ander wijzen. De branche heeft zelf een verantwoordelijkheid. Sommige van die vakmensen waar we zo hard naar zoeken, zitten vandaag namelijk gewoon op school. Als we ze nu geen plek geven om het vak te leren, moeten we over een paar jaar ook niet verbaasd doen dat vacatures onvervuld blijven.
En als dát inderdaad gebeurt, dan geldt helaas maar één conclusie: waarom kiezen we nu bewust voor vele gemiste kansen?