In een appartementengebouw liggen tientallen meters ventilatiekanalen. Traditioneel worden die grotendeels op de bouwplaats op maat gemaakt en aan elkaar gezet. Dat kan anders. Steeds meer van dat werk verhuist naar de fabriek, waar de condities beter zijn en de maatvoering nauwkeuriger.
“Bijna alles valt te prefabben”, zegt Ruud van Kasteren, commercieel directeur van Robé, het productiebedrijf van Interduct. “Daarbij is het wel van belang dat het gebeurt volgens bepaalde standaarden.” Zonder die standaarden verplaats je het maatwerk alleen maar van de bouwplaats naar de werkplaats.

Het begint bij de instortkanalen. Die worden niet langer op de bouw ingemeten en gezaagd, maar rechtstreeks aan de betonfabriek geleverd en daar al in de vloer verwerkt. Voor de collectieve kanalen in appartementengebouwen geldt hetzelfde principe. Ze komen in montagelengtes van de band, voorzien van isolatie en aftakkingen. Op de bouw hoeft de monteur ze slechts nog te beugelen en te koppelen.
De volgende stap is de technische ruimte zelf. Traditioneel wordt die per woning ter plekke opgebouwd, wat erg arbeidsintensief is. Volgens Van Kasteren kan die hele ruimte als één prefab module worden geleverd, met ventilatie, verwarming, warmwater en energieopwekking erin. De installateur hoeft de installatie dan alleen nog aan te sluiten.

De winst zit niet alleen in het tempo. In een fabriek werk je onder betere condities, met vaste basismaten en op basis van situaties die vooraf virtueel in 3D zijn uitgewerkt. “Op de bouwplaats zijn er meer verstoringen”, zegt Van Kasteren. “Er is simpelweg meer kans op fouten als je alles op de bouw doet.” Met prefab ontwerpen en aansluiten maak je die kans kleiner.
Daar staat tegenover dat de voorbereiding intensiever wordt, vooral bij het eerste project in een samenwerking. Partijen moeten eerder bij elkaar aan tafel en de ruimte om op het laatste moment nog iets te wijzigen, verdwijnt. Van Kasteren ziet die investering elders terugkomen. “Bij traditionele bouw begint elk project opnieuw vooraan. Bij prefab daarentegen, is na het eerste project het stuk techniek voor 80 tot 90 procent al bedacht. Dus de tijd die je traditioneel telkens opnieuw in het voortraject kwijt bent, kun je besparen als je met prefab oplossingen werkt.” Zowel het ontwikkelproces als het installatieproces gaan sneller.

Prefab kun je van twee kanten benaderen. Installatiebedrijven komen uit het veld en zoeken naar manieren om de afmontage op locatie te verkorten. Robé kijkt ernaar als producent. “Wij vliegen het meer aan vanuit een producerende rol in de markt”, zegt Van Kasteren. “Daar komen andere inzichten, oplossingen en processen uit.” Die rol is bewust afgebakend. “Co-making met installateurs is daarbij een belangrijk uitgangspunt. En wij maken bijvoorbeeld geen WTW-unit of warmtepomp, maar zorgen dat het slim en prefab op de plek komt waar het moet komen.” Denk aan instortkanalen en stijgleidingen, warmtepomp dakkappen en technische ruimtes, die kant-en-klaar de bouwplaats op gaan. Dat past bij een bouwplaats die steeds meer assemblageplek wordt en bij industrieel bouwen, waar de sector toch al naartoe beweegt. Met te weinig vakmensen en een groot woningtekort is de vraag volgens Van Kasteren niet of het anders moet. “Met alles wat er speelt in de markt kunnen we niet blijven doen wat we deden. En dan is prefab de oplossing.”
Neem dan rechtstreeks contact op met Interduct.
Contact opnemen